Weer moeten we weg van zo’n mooie en leuke plek. Gelukkig hebben we mooi weer en voldoende tijd vandaag want het volgende plekje is maar ander halfuur rijden. We besluiten eerst nog te gaan wandelen en rijden vlak bij het huisje een kronkelend weggetje op richting de top van de berg. We parkeren de auto langs de weg en lopen met de digitalekaart op de telefoon het bos in. Eenmaal boven hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving en zien her en der zelfs witte toppen op de bergen.

Bij een klein tempelsteentje laat ik een laatste kraanvogel van oma achter en via de kamping van de verhuurder van ons huisje lopen we terug richting de auto. Hij vindt het heel erg leuk dat we hem nog even komen bezoeken. Een erg leuke camping boven op de berg in het bos, hier zouden we zeker ook graag met onze tent hebben gestaan.

We nemen afscheid en lopen rustig terug naar de auto. We rijden via een dal met veel rijstvelden terug en lopen nog even tussen de velden door die net zijn ingepland. Heel leuk om dat nu eens van dichtbij te kunnen bekijken. De plaatselijke konbini voorziet ons van lunch en ijsjes en Fien neemt een heerlijke maiskolf die geroosterd klaar ligt onder een grilletje. We zijn al helemaal gewend aan het uitgebreide assortiment van deze konbini’s, dat gaat weer wennen worden als we thuis zijn.

Onderweg stoppen we nog om bij een rijstboer te kijken hoe het planten gaat van de zaailingen. Heel leuk om te zien dat er hier niet zo’n schaalvergroting is als bij ons. Allemaal kleine velden waar iedereen druk in de weer is met het planten van de rijst.

In het volgende dal komen we aan bij ons laatste verblijf buiten de stad. Vannacht slapen we bij een familie en we zijn heel benieuwd. Het blijkt een heel gastvrij gezin en de dochter staat al te glunderen bij het zien van Fien. Nau is acht en wil heel graag met Fien spelen. We worden door het huis geleidt met allemaal leuke kamertjes en hoekjes. We slapen boven met z’n drieën in een hele grote kamer en er waait een heerlijke frisse bergwind door het huis. Het drinkwater komt uit de bergen en verzamelen ze met grote plastic flessen. We nemen allemaal wat flessen mee en volgen Nau en Fien naar de bron.

Nau en Fien halen bronwater
Heerlijk om zo te worden ontvangen. Naast het huis staat nog een tempel en om zes uur is er een dienst. Het verbaast Nienke en mij dat er volgens hun een dienst zou zijn, aangezien het één voor zes is en we helemaal niemand hebben gezien. Nau komt ons halen en met de kinderen gaan Nienke en ik naar binnen. De monnik is al begonnen met de dienst en staat met haar rug naar ons toe te bidden. We gaan stilletjes zitten, maar de twee jongens rennen nog druk door de tempel. Uiteindelijk worden ze ook stil en zitten we een kwartier naar het gebed en gezang te luisteren.
Als de monnik klaar is kijkt ze even om en kijkt verbaast dat wij er ook bij zitten. Ze wenst ons een goede avond, kletst nog wat met de oudste van de kinderen en we gaan weer. Zo gaat dat elke dag 2 keer per dag, en eigenlijk komt er nooit iemand bijzitten of mee bidden. We eten ’s avonds met ze mee in de keuken aan een grote tafel. Het is alles behalve een traditioneel gezin.

De vader staat te koken, kinderen mogen soms een dagje thuis blijven om lekker te kunnen spelen en de gastvrouw werkt een week in de maand in de stad. Fien zien we niet meer terug, die verdwijnt in de kinderspeelkamer en rent door het huis met de andere kinderen. De kleinste gaat achter ons op een bankje liggen en valt onder mijn vest in slaap. Nau en Fien gaan nog samen in bad en in de keuken wordt het lekker warm met de houtkachel aan. We kletsen nog een hele tijd in gebrekkig engels en met de vertaal apps op de telefoon en gaan voldaan naar onze bovenkamer en vallen snel in slaap.
